donderdag, juli 23

Nederlands - d/t/dt/tt/dd



D / T / DT / TT / DD
Het is vandaag weer een stralende morgen. Een goeie tijd om het eens te hebben over een overhoring Nederlands. Je ziet dat ik voor deze post een pagina apart heb genomen, omdat het anders te veel op een pagina wordt en omdat dit een belangrijk en cruciaal onderwerp is. Het gaat over d / t / dt / tt / dd . Dat is zeker niet gemakkelijk. Ik had daarom ook twee fouten (uitkomst = 9.0). De twee fouten had ik eigenlijk niet hoeven maken, als ik nu terugkijk. Maar ja…
De eerste fout was in de derde zin:
‘Het … (witten) plafond.’
Dit is een moeilijke, ik twijfelde over ‘gewitte’ of ‘gewite’. Ik heb uiteindelijk gekozen voor gewite, wat dus een hartstikke harde fout was. Toch had ik een rede om gewite te kiezen. Een werkwoord dat als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt, moet je toch altijd zo kort mogelijk opschrijven? Hier ook, alleen die dubbel-t die stond er al, dus hoefde je alleen die n eraf te halen.
Mijn tweede fout lag in de laatste zin van de toets:
‘Pas op dat je je niet teveel vermoei…’
Opdracht was dus: moet hier nou d, t,dt, dd, of tt achter?
Ik koos dus maar voor dt. Fout! Toch was het best logisch dat ik dt gebruikte. Want ik + stam, jij + stam +t (niet altijd, als het werkwoord voor –en geen t of d heeft).
De uitkomst was dus ook : vermoeid
Je hier meer over te weten komen in het groten leesboek van Op Nieuw Niveau. Kijk in de paragrafen van grammatica, kom je echt veel te weten!

Geen opmerkingen: